Oudejaar: de haas en een oom voor alle kinderen

Bij ons in de familie is het traditie dat er met kerst samen met de kinderen en kleinkinderen gegeten wordt. Ook is het een traditie dat het kerstdiner nog steeds volgens de menukaart en naar het recept van mijn oma gemaakt wordt. Ik neem hier altijd maar een klein beetje van. Afgelopen kerst vroeg een kleinzoon of ik het eten niet lekker vond. Ik beloofde hem na het eten een verhaal te vertellen.

Dit is een herinnering van zo’n 70 jaar geleden

Het was kerstvakantie Ik was 7 jaar en mocht tot na de kerstdagen op vakantie naar mijn grootouders. Een broer van mijn vader, niet getrouwd, was nog bij mijn grootouders thuis. Hij had ook vakantie genomen. Ik vermaakte mij prima. ’s Morgens lekker ontbijten en daarna samen met mijn oom wandelen met de hond. Mijn oom is ook geboren in Dalen. Ze zijn later verhuisd naar een ander plaats, maar hij vertelde tijdens het wandelen over de natuur en veel over Dalen en de buurt waar hij is opgegroeid. De Westerwijk: De familie Pots, Zilverberg, familie Smit en bakker Wever.

De jacht

Maar op een dag werd er niet gewandeld. Toen ik die morgen uit bed kwam, stonden er een aantal mannen bij mijn grootouders op de binnenplaats. Sommigen met een hond en een geweer op de schouder en ook mannen met een rugzak en een riem om hun middel met lussen eraan. Ook mijn oom had een riem om met lussen. Mijn vader en oudere broer  waren er ook. Ze zeiden mij dat ze op jacht gingen.  Ik had geen idee wat dat was: ‘jagen’. Dus moest ik mij die dag zelf een beetje vermaken. Dat was geen probleem. Door de wandelingen met mijn oom was ik al een beetje bekend in de omgeving, dus kon ik alleen wel een rondje lopen. En er waren jeugdboeken met plaatjes genoeg die ik kon bekijken.

De jagers zijn terug

Ik zie ze staan op de binnenplaats. De jagers met hun geweren. De andere mannen met dode vogels met hun kop in de lussen aan hun riemen. Mijn broer vertelde mij dat die dode vogels patrijzen en fazanten zijn. Uit de rugzakken kwamen de dode hazen te voorschijn. Alles werd op de binnenplaats neergelegd. De patrijzen, de fazanten en daar naast de hazen. De jagers en de andere mannen – de drijvers, werd mij verteld -stonden rondom het geschoten wild. Iedere drijver mocht een stuk wild uitzoeken. Ook de jagers zochten het wild uit dat ze wilden houden, en de rest ging naar de poelier. Het leek me dat iedereen het een mooie dag vond en tevreden was met het stuk wild dat mee naar huis ging.

Mijn opa bracht twee hazen naar de schuur. De hazen kregen touwtjes om de achterpoten en werden  opgehangen aan een balk in de schuur.  Ze moeten besterven. “Daarna worden ze geslacht”, zei mijn opa. Het hele gebeuren van deze middag heeft veel indruk op mij gemaakt. Ik wist het zeker. Ik zal nooit een jager worden en nooit een dier  doodschieten.

Het kerstdiner bij de grootouders

Op eerste kerstdag stond mijn oma de hele morgen in de keuken om het kerstdiner voor te bereiden.  De haas was de vorige dag al gebraden en tot hazenpeper verwerkt. Toen de familie kwam was er nog tijd voor een kopje koffie en voor de kinderen een glaasje ranja. Inmiddels had mijn oma het eten klaar en wij konden aan tafel.

Na de soep  kwam het hoofdgerecht. Hazenpeper, aardappelpuree, rodekool met stukjes appel erdoor, gestoofde peertjes en appelmoes. Ik luste alles, maar de hazenpeper wilde ik niet. Dit moest ik eten; het werd me toch op het bord gedaan. Ik heb het bord met eten op de vloer gesmeten, ben weggelopen en heb me verstopt in de schuur.

Na een poosje hoorde ik mijn oom roepen en ben naar hem toegegaan. Hij zei dat oma heel verdrietig was; zij had zo haar best gedaan op de hazenpeper. Ik vertelde hem dat op het moment dat  ik de hazenpeper zag ook weer de dode patrijzen, fazanten en de hazen op de binnenplaats zag liggen met de jagers en de drijvers er omheen en de twee hazen, opgehangenaan de achterpoten. Ik wil die hazenpeper niet eten.

Mijn oom zou voor mij een nieuw bord met eten klaarmaken met veel aardappelpuree, rode kool en een klein schepje hazenpeper. Hij sopte alles goed door elkaar, zodat ik de hazenpeper niet zou proeven maar er toch van gegeten heb.
Hij wilde graag dit ik weer aan tafel ging. Oma was niet boos. Kerst vier je samen; er mag niemand ontbreken aan de tafel.

Kerst nu

Ik heb deze herinnering nooit verteld. Al 70 jaar lang heb ik hier niet over gepraat. Het is nog nooit iemand opgevallen dat ik heel weinig hazenpeper nam. Voor de hele familie is het kerstdiner nog steeds volgens Oma’s keuken. Maar mijn kerstdiner blijft ‘methode Oom’. Ik vertelde de kinderen dus dat ik deze herinnering al meer dan 70 jaar meeneem. Met zo’n herinnering kun je wel leven; het is niet zo belangrijk. 

Zorgen

Ik maak me wel zorgen om de kinderen die leven in de oorlogsgebieden. Voor hen is er geen kerstdiner; er zijn zelfs dagen dat er helemaal geen eten is. Veel kinderen leven tussen de ruïnes van de huizen die gebombardeerd zijn of verblijven onder slechte omstandigheden in tentenkampen. Met deze kinderen wordt geen rekening gehouden!
De bombardementen in oorlogsgebieden gaan door. Ze worden steeds heftiger. Ziekenhuizen waren in oorlogstijd nog een redelijk veilige plaats. Deze bleven gespaard. Maar oorlogen worden steeds vuiler. Ook de ziekenhuizen worden niet meer ontzien en soms zelfs met de grond gelijk gemaakt.

De kinderen zien dit allemaal gebeuren en ik vraag me af wat voor toekomst deze kinderen hebben. De leiders die deze oorlogen veroorzaken, beseffen niet dat de toekomst van de kinderen is! Ik hoop dat de toekomst met deze  ‘leiders’ afrekent.

En ik gun ze dan een oom is die zegt: 

“Veel aardappelpuree, rode kool en een klein schepje hazenpeper en dat goed door elkaar soppen!”