Hoog in het heelal

Vannacht droomde ik weer dat ik hoog in het heelal zweefde. Plotseling hoorde ik een stem, een stem die mij vroeg: “ Aardling wat zoek jij hier? Ik keek in het rond en zag een persoon in een wit gewaad met lang haar en een baard. Het leek of deze persoon, omgeven door een zee van licht, zich voortbewoog. Ik vroeg: Een geest?

Hij antwoorde. Ja, een Geest. Ik woon in de Hemel. Helemaal alleen. De mensen noemen me God,  Allah, Boeddha of wat voor namen ze nog meer voor mij hebben verzonnen.  Ik waak over het goed en kwaad op alle planeten in de sterrenstelsels in het heelal. Ik  laat mij zelden zien aan de mensen op aarde. Veel mensen denken dat de aarde de enige planeet is waar leven is. Maar er zijn duizenden planeten waar leven is en ook problemen zijn, die ik op moet lossen. De laatste 200 jaar heb ik mij niet veel met de aarde bemoeid. Natuurlijk zijn daar ook problemen. Oorlogen; strijd tussen de rassen; strijd tussen de groepen die mij allemaal een andere naam gaven. Maar ik ben alleen. Ik ben God! Ik ben Allah! Ik ben Boeddha! Ik liet de mensen op aarde hun gang gaan. Ik dacht dat ze ooit wel eens het verschil tussen goed en kwaad zouden ontdekken.

En nu, na deze lange tijd ben ik geschrokken van wat de mens er op de aarde  van gemaakt heeft. Ik heb de mens zo geschapen dat hij stap voor stap kennis kon ontwikkelen om de hele aarde te kunnen ontdekken. Ik heb in de loop van de eeuwen gezien dat het werk zwaarder werd. De bevolking groeide. Er moest  land ontgonnen worden. Dit was zwaar werk. Ze leerden hulpmiddelen maken. De hulpmiddelen zijn steeds verder ontwikkeld. Het is het begin van de vooruitgang.

De vooruitgang heeft er wel voor gezorgd dat mijn aarde misbruikt wordt. Delfstoffen worden ongelimiteerd uit de aardbodem gehaald met alle gevolgen van dien. Bomen worden massaal gekapt. Het Regenwoud verdwijnt, met gevolg dat heel veel diersoorten uitsterven. En het stopt niet. De vooruitgang gaat door. Deze ontwikkelingen gaan ten koste van het klimaat en het leven op aarde. De luchtkwaliteit wordt slechter; de aarde warmt op, het poolijs smelt. De mens kijkt toe en laat het gebeuren.

Ook maak ik me zorgen om de  verschrikkelijke pandemie die de hele wereld in zijn greep houdt.

Ik hoor de mensen denken: “Waar is God; waarom laat hij dit gebeuren”?

Ik laat het niet gebeuren!!!

Ik heb de mens kennis gegeven . Kennis om middelen te maken die deze ziektes kunnen bestrijden. En er zijn heel snel medicijnen gekomen om deze epidemie te stoppen. Wel maak ik mij zorgen over de verdeling van de medicijnen. In de  rijke landen wordt al  een derde vaccinatie overwogen terwijl er in de ‘Derde Wereld’ nog maar heel weinig mensen gevaccineerd zijn.

Ook daar, waar het vaccin in overvloed aanwezig is, zijn er mensen die weigeren gevaccineerd te worden. Mensen die mijn  naam gebruiken om niet gevaccineerd te worden. Veel van die mensen gaan wekelijks naar de kerk om mij te aanbidden. Daar liggen ook de geschriften waarin staat:       “God schiep hemel en aarde. Op de zesde dag schiep hij de mens naar zijn evenbeeld”.                        

Ik snap het allemaal niet meer.

Ergens heb ik die zesde dag een fout gemaakt.

Het werd stil. De Geest verdween.

Ik werd wakker en dacht wat is er waar van wat ik gedroomd heb.

Ik herinnerde mij het lied van Paul van Vliet.

De Zee

De zee vertelde Paul dat ie zo moe is.

Hij zei dat ie er zeer beroerd aan toe is,

En als de zee zegt dat ie moe is, wil dat zeggen dat het land er zeer beroerd aan toe is.

Ik denk dat Paul de tekst nu zou veranderen.

Onze planeet vertelde mij dat ie zo moe is

Hij zei dat ie er zeer beroerd aan toe is.

En als de planeet zegt dat ie moe is, wil dat zeggen dat de mens er zeer beroerd aan toe is.