Kindergedicht: Tijdliedje

Tijdliedje

Ik wou dat het altijd zomer was
zomer was
dat we dreven op een luchtbed
dat we zweefden op een wolk

Ik wou dat het altijd herfst was
zomer herfst was
dat we blauwe bramen plukten
dat we blauwe monden kregen

Ik wou dat het altijd winter was
zomer herfst winter was
dat we vroren tot we kraakten
dat we schaatsten tot we gloeiden

Ik wou dat het altijd
zomer herfst winter lente was
dat het nooit was afgelopen
dat het weer begon

Jos van Hest

(uit: ‘Dichter’)